Elk traject begint met een gesprek zonder model. We willen weten welk besluit beter moet, hoe dat nu tot stand komt en wat een verbetering u concreet oplevert. Pas als die vraag scherp is, kijken we naar de data. En soms is de conclusie dat een model niet de snelste route is. Dat zeggen we dan ook.
Daarna werken we in korte cycli. Binnen enkele weken staat er een eerste werkend model dat u kunt beoordelen op uw eigen historie: herkent u wat het zegt? De verfijning die daarop volgt komt grotendeels uit uw organisatie, want de uitzonderingen die een model laten struikelen zitten in de hoofden van uw planners, niet in de database.
Bij oplevering krijgt u niet alleen een resultaat maar ook de redenering: welke aannames zitten erin, hoe betrouwbaar is het, en onder welke omstandigheden moet u het juist níet vertrouwen. Die grenzen expliciet maken is wat een model bruikbaar houdt als de omstandigheden veranderen.
En we blijven kijken. Een model dat een jaar onaangeraakt draait, is een model dat stil achteruitgaat. We spreken vooraf af hoe we de prestaties monitoren en wanneer het tijd is voor een herijking.